A49d4b32eebfda55d3d60c7e4b118107

Muzikale Stijlgeschiedenis

  • Period: 590 to 604

    Paus Gregorius

    bijeenbrengen christelijk kerkrepertoire
    Gregoriaans
  • 600

    Gregoriaans

    3000 melodieën - functioneel gebruik - vroomheid - toonomvang octaaf - zonder dynamische contrasten - Latijns - syllabisch, melismatisch, neumatisch - monofoon - mannen - vrije ritmiek - golvende beweging - dominant/repercussa - grondtoon/finalis - 4 authentieke en 4 plagale modi - direct, responsoriaal, of antifonaal -
  • Period: 600 to 1400

    De Middeleeuwen

    christendom - feodalisme standenmaatschappij - de kerk, centrum voor kunsten instrumenten: harp, vedel, luit, zink, trombone, schalmei/pommer, blokfluit, dwarsfluit, portatieforgeltje, draailier, doedelzak, trommels, bekkens, tamboerijn
  • Period: 600 to 1150

    Vroege Middeleeuwen

    kenmerken uit:
    oosters-hellinisme
    Joodse synagogie - psalmodie, responsoriaal
    Griekse muziektheorie
    volksmuziek
    diversiteit kerkmuziek groot door verschillende liturgieën en orale traditie
  • 650

    mis en officie

    Ite missa est
    Ordinarium, standaardonderdelen: Kyrie, Gloria, Credo, Sanctus, Agnus Dei
    Proprium, kalender: Introïtus, Graduale, Alleluia, Tractus, Sequentia, Offertorium, Communio
    muziekboek mis: Graduale
    officie: acht gebedsuren, 150 psalmen
    muziekboek officie: Antifonale
  • 800

    tropen en sequentiae

    tropen: worden toegevoegd aan gregoriaanse zang, enkel woord tot gedicht
    sequentie: specifieke trope bij slot gezang, vaak Alleluia (melismatisch) - later ook eigen compositievorm
  • 850

    parallel en aangepast organum

    parallel: toevoeging tweede stem (vox organalis) kwart beneden of kwint boven de orginele stem (vox principalis) aangepast: tegenbewegingen of beginnen vanaf zelfde punt en dan afscheiden vox principales gaat tenor heten: vasthouden (tenere) van een melismatische toon oven de vox principalis
  • Period: 900 to 1200

    wereldlijke muziek

    monfoon - instrument - lyrisch - expressie - dynamiek - ruim toonomvang - syllabisch - volkstaal - refrein - balladen jongleurs: allround entertainers - chanson de geste (heldenlied) liefdeslied - korte melodieën steeds herhalen met enige variatie studenten en vaganten (lage geestelijken): Latijn - satirische liederen troubadours: Zuid-Frankrijk, canso (hoofse liefde)
    trouvéres: Noord-Frankrijk, chanson (divers)
    Minnesänger: Duitsland
    hogere milieus, adel
  • Period: 1098 to 1179

    Hildegard von Bingen

    vergelijken met vroeg gregoriaans:
    voornamelijk majeur- en mineurtoonladders - ruimere toonomvang - grotere intervallen - expressief - blijmoedige melismen - beweeglijke melodieën - motievenvariatie - rijmloze teksten -
  • Period: 1125 to 1190

    Bernart de Ventadorn

    troubadour
    45 teksten, 20 met muziek
    hoofse liefde, fin'amor Can Vei La Lauzeta Mover (canso):
    hoofse liefde
    terugkerend rijmschema ababcdcd, zelfde rijmklanken
    doorgecomponeerd
    muziek aangepast aan tekst
    geen ritme-aanduidingen
    populair, tientallen handschriften gevonden
  • 1150

    vrij organum

    vrij ritme en sterk melismatisch
    tenor gregoriaanse melodie in lange tonen terwijl de bovenstem versierd voortgaat
    stemkruisting
    soms instrumentale tenor door lang aanhouden
  • 1150

    ritmische modi

    eenduidigheid duur tonen - ritmische patronen in driedelig metrum - iedere stem herhaalt een bepaalde modus
    trochee, jambe, dactylus, anapest, spondaeus, tribrachus
  • Period: 1150 to 1300

    Ars antiqua

    meerstemmigheid - Notre Dame-school - opkomst bronnen wereldlijk repertoire
  • Period: 1159 to 1220

    Notre Dame-school: Leoninus & Perotinus

    Leoninus maakt verzamelingMagnus liber organi - organa voor mis en officie Perotinus:
    herziet Magnux liber organi, gaf de vox organalis (duplum) regelmatige metrische voortgang en voegt derde stem (triplum) en soms vierde stem (quadruplum) toe
    veel stemkruising
  • 1198

    Viderunt Omnes - Perotinus

    past bij gothiek Notre Dame - kerstviering - vierstemmig - parallelle kwarten - orgel lange tonen - bovenstem korte tonen - melismen
  • Period: 1237 to 1288

    Adam de la Halle

    trouvere Le Jeu de Robin et Marion
  • 1250

    motet en conductus

    motet: door de loop van geschiedenis meermalen verandert
    13e eeuw: wereldlijk genre - vanuit duplum (motetus) nieuwe Franse tekst - wel gregoriaanse melodie vox principalis - polytekstualiteit - wereldlijke en geestelijke teksten conductus: nieuw gecomponeerde tenor (geen gregoriaans) - geestelijke, niet-liturgische tekst in Latijnse verzen - contrapunt - duplum en triplum zelfde tekst en ritme - begeleidingszang bij liturigsche handeling
  • Period: 1265 to 1321

    Dante

  • Period: 1291 to 1361

    Philippe de Vitry

    verhandeling Ars Nova (1322) reikt de naam voor muziek 14e eeuw aan
  • Period: 1300 to 1400

    Ars nova

    algemeen: secularisatie - feodaliteit aangetast - menselijke rede - Dante - Petrarca muzikaal: eenheid in compositie - imitatietechniek - kleinere notenwaarden - isoritmiek (terugkeren ritmische patronen in alle stemmen) - nieuwe genres - toenemend gebruik instrumenten - tweedelige maatsoort - tertsen en sexten - individueel componeren - eigen stempel - veel wereldlijke muziek: ballade, rondeau, virelai, lais, madrigaal, caccia, ballata
  • Period: 1300 to 1377

    Guillaume de Machaut

    isoritmiek in hele ordinarium mis
  • Period: 1325 to 1397

    Francesco Landini

  • 1350

    madrigaal

    volkstaal - twee stemmen: versierde bovenstem, grote notenwaarde lage stem - 2 tot 4 strofen van 3 verzen, afsluitend ritornello van twee verzen -
  • 1350

    ballata

    13e eeuw: Italië danslie - strofen door solist, refrein meerstemmig 14e eeuw: 1 zangstem, 1 of 2 instrumenten - lyrisch en gestileerd - lijkt op Franse virelai - aantal strofen niet vastgelegd
  • 1350

    Engelse muziek

    vergeleken met continent:
    minder modaal, meer majeur - volle, homofone textuur - tertsen en sexten - Dunstable
  • 1350

    caccia

    meervoud: cacce
    'jacht'compositie - drie stemmen - tekst in landstaal - laagste stem: langzaam, vaak instrument - twee bovenstemmen: canon (achtervolging) - niet per se jacht, maar levendige actie - toonschildering - Italië en Frankrijk (chace)
  • Period: 1358 to 1453

    John Dunstable

    Engelsman die lang in Frankrijk verblijft - motetten, misdelen en chansons maken veel indruk op continentale componisten - Quam Pulchra es
  • 1363

    Messe de Nostre Dame - Guillaume de Machaut

    vierstemmig - hechte eenheid - toch polyfoon
  • Period: 1380 to 1400

    Ars subtilior

    ritmische raffinement leidt tot zeer complexe structuren
  • 1400

    Bourgondisch hof

    noordoosten van Frankrijk, Dijon hoofdstad, Filips de Goede, Karel de Stoute
    veel Vlaamse musici - vergoedingen en omstandigheden zeer gunstig - Gilles de Binchois - Dufay stijl: tertsen en sexten - drieklanken - driestemmig polyfoon - bovenstem belangrijkste - driedelige maatsoort dominant, maar ook tweedelig - fauxbourdon (drieklanken in omkering) - 7-6-1 cadens (qua melodie, uitstel van de leidtoon) - niet polytekstueel - tekst en muziek hechter - dissonanten beperkt
  • Period: 1400 to

    Renaissance

    ALG: wedergeboorte - oude Grieken en Romeinen summum cultuur - tegenstand kerk - humanisme MUZ: vocaal geestelijk grootst -vierstemmig - stijl belangrijker dan functie - wereldlijk populairder en diverser - instrumentaal zowel begeleidend als zelfstandig - overgang eerst in Engeland en hof van Bourgondië genres: chanson (polyfoon wereldlijke Franse gedichten, drie stemmig - cantus firmus-mis (zelfde melodie in alle onderdelen ordinarium), onder tenor baslijn - imitatietechniek
  • Period: 1400 to 1474

    Guillaume Dufay

    Bourgondische stijl - Pauselijke kapellen in Rome en Florence
  • Period: to

    Adolf Bernard Max

    belangrijkste theoreticus 19e eeuw - Über Malerei in der Tonkunst
  • Period: to

    Hector Berlioz

    romantisering van de orkestmuziek - per symfonie andere aanpak:
    - Symphonie Fantastique: herkenbaar
    - Lelio ou le retour a la vie: monoloog met muzikale nummers
    - Harold en Italie; prominent altviool
    - Romeo et Juliette: menging oratorium, symfonie en opera
    Programmateksten ter oriëntatie. 'Betekenis onstaat pas als muziek wordt gehoord in samenspraak met de verbeelding'.
    Muziek vanuit autobiografische ervaringen.
  • Period: to

    Felix Mendelssohn

    concertouvertures: Midsommernatstraum, Meerestille und glückliche Fahrt, Die Hebriden
    ook een beeldkunstenaar, leidt tot combinatie klankkleuren -
  • Period: to

    Robert Schumann

    Probeert zich uit het keurslijf van de grote symfonie te bevrijden door te oriënteren op orkestsuite en sinfonietta. Thema's vanuit contrapunt.
  • Symphonie Fantastique - Hector Berlioz

  • Grande messe des morts - Hector Berlioz

  • Midzomernachtsdroom - Felix Mendelssohn

  • Period: to

    Tweede Vaticaanse Concilie

    gregoriaanse teksten mogen vertaald worden